Slimme en Gezonde Stad pilotsteden presenteren zich tijdens de Trenddag Slimme en Gezonde Stad

Volgens de weerberichten de warmste dag sinds tijden: donderdag 22 juni. In Het Huis in Utrecht vond de Trenddag Slimme en Gezonde Stad plaats, waar ruim 150 geïnteresseerden de hitte trotseerden. Wat is het geheim van de aantrekkingskracht van steden? Hoe word je ‘the place to be’? Maarten van Rossem en andere deskundigen legden het uit. Tevens werd de special gepresenteerd van de zes SGS-pilosteden.

Het was al vroeg in de ochtend duidelijk: dit werd een warme dag. Bij de inloop week men uit naar de pittoreske binnentuin van Het Huis Utrecht, wat direct voor één van de vele contactmomenten van de dag zorgde. De Trenddag stak vervolgens op interactieve wijze af met een introductie door dagvoorzitter Chantal Verspaille, schepen van Leuven, met veel ruimte voor Belgische gevatheden. 

Het stokje werd overgedragen aan Evelyn Hijink van het Ministerie van IenM, zij legde in grote lijnen uit wat het programma Slimme en Gezonde Stad (SGS) inhoudt. Hijink presenteerde ook een unieke uitgave, de Slimme en Gezonde Stad Special, een coproductie van het Ministerie van IenM en Acquire Publishing met informatie over de zes pilotsteden en de visie op slimme en gezonde steden. 

Schoenen uit

Na de opening beet Martin Knuijst, van OKRA Landschapsarchitecten, het spits af. Hij pakte een paar thema’s op die ook elders in het programma terugkeerden: wat geeft een stad aantrekkingskracht? Dat gaat verder dan voldoende groen en  ruimte voor voetgangers en fietsers. De plinten (ook van hoge gebouwen) op ooghoogte ontwerpen maken het verschil. Peter Steijns (directeur leefomgeving Utrecht) liet zien hoe de Domstad dit in de praktijk brengt. 

Ook bij Hans Karssenberg van STIPO, die het ochtendprogramma afsloot, klonk veel stad op ooghoogte door. Een van de kernpunten van zijn betoog was de vraag waarom het modernisme in de architectuur en stedenbouw nog steeds opduikt, terwijl dat gedachtengoed voor kaalslag zorgt in het fijnmazig stedelijk weefsel. Met overtuigende dia’s liet hij zien dat Le Corbusier en zijn navolgers niet in staat zijn om placemaking te realiseren die steden aantrekkelijk maakt. Wat maakt een plek dan wel een place to be? Karssenbergs tip: “Als mensen hun schoenen uittrekken, dan heb je een goede ruimte gecreëerd.”

Soundscape 

De sessies van de dag stonden bol van hoogwaardige kennis, zo gaven de bezoekers aan. Zo was er veel belangstelling voor de sessie over soundscaping, door Miriam Weber (gemeente Utrecht), Kirsten van den Bosch (SoundAppraisal) en Brenda Vervoorn (Ministerie van IenM). Tijdens deze sessie stond de relatie tussen de geluidsomgeving en gezondheid centraal, een niche waarin nieuwe inzichten en kennis schuilgaat. Ook werd de nieuwe SGS-publicatie ‘Slim onderweg naar een stillere en gezonde stad’ gepresenteerd.

Soundscapes bleek een (relatief) vernieuwend thema. Het houdt in: de kwaliteit van de geluidsomgeving zoals waargenomen, gewaardeerd of geduid door een persoon. In plaats van
het visuele centraal te stellen, staat de akoestische kwaliteit van een omgeving centraal.
Nederland kent nauwelijks voorbeelden waar soundscape is vertaald naar de ruimtelijke inrichting. In de SGS-publicatie 'Slim onderweg naar een stillere en gezonde stad' staan enkele buitenlandse voorbeelden van projecten waar soundscape een belangrijke rol in heeft gespeeld. De deelnemers dachten op een interactieve manier mee over mogelijkheden om deze benadering in Nederlandse steden toe te passen. De kwaliteit van de geluidsomgeving en gezondheid hangen meer met elkaar samen dan menigeen denkt. 

Ook pilotsteden van SGS presenteerden hun plannen, oplossingen en innovaties. Zo wijdde gemeente Schiedam uit over de A20-zone en het unieke sportpark Willem-Alexander en vertelde gemeente Groningen onder andere over hun bestemmingsplan voor de binnenstad, waar voetgangers en fietsers ruim baan krijgen. Gemeente Utrecht presenteerde de metamorfose van de Jaarbeurs en het Westplein, waar een centrum-stedelijke leefwereld wordt gecreëerd die ondanks de hoge gebouwen op ooghoogte aantrekkelijk is. 

Tot slot

De dag werd op stijlvolle wijze door historicus Maarten van Rossem afgesloten. Hij benaderde de slimme en gezonde stad vanuit een historisch perspectief, waarbij de vergelijking met (minder) succesvolle Nederlandse steden niet achterbleef. De onderwerpen vlogen ons om de oren, zo ook Amerikaanse
vliegvelden en Kukident, maar de boodschap was helder: laten we eens stoppen met de auto op een voetstuk
te zetten en geef de ruimte terug aan de bewoner.